Nieuw taalkader voor leraren

taalkader

Leraren hebben verschillende rollen en taken. Ze staan voor de klas, hebben contact met collega’s en ouders, en leren ook nog zelf. Bij alles wat ze doen, maken ze gebruik van taal. Van hen wordt dan ook verwacht dat zij taalvaardig zijn én dat ze bijdragen aan de taalontwikkeling van hun leerlingen. Maar wat betekent dat precies? Het nieuwe referentiekader ‘De taalcompetente leraar’ dat door de Taalunie opgesteld werd, brengt helderheid.

Leraren doen elke dag bewust en onbewust een beroep op taal. Of het nu gaat om onderwijs aan kleuters, basisschoolleerlingen of leerlingen uit het middelbaar onderwijs; om onderwijs in rekenen, geschiedenis of techniek taal speelt een rol bij het handelen van leraren. Dat betekent dat elke leraar bij voorkeur ook een taalcompetente leraar is. Een leraar die de competenties heeft om taal zinvol en doelgericht in te zetten: bij het lesgeven, in contacten met ouders en collega’s, maar ook in functie van de eigen professionele ontwikkeling.

Het nieuwe referentiekader ‘De taalcompetente leraar’ beschrijft de taalcompetenties die elke leraar moet kunnen aanspreken om goed didactisch, pedagogisch en professioneel te handelen. Het kader duidt per competentie de kennis en vaardigheden die de leraar daarbij nodig heeft, maar ook de houding en ingesteldheid die erbij aan de orde zijn.

De taalcompetente leraar is in eerste instantie bedoeld als handreiking voor lerarenopleidingen, maar kan ook worden ingezet als instrument bij de begeleiding en nascholing van leraren, als discussiestuk bij het vormgeven van taalbeleid en curricula en als onderlegger bij het opstellen van startcompetenties van leraren.

Het kader kwam tot stand in samenwerking met leraren en lerarenopleiders uit Nederland en Vlaanderen.

Bron: https://taalunie.org/

Deel dit bericht!